Er wordt niet goed naar je geluisterd

Door: Fred Lardenoye & Foto: Birgit de Roij

Ruim honderd leden van de BNMO hebben zich sinds de invoering van het nieuwe PTSS-protocol gemeld met bezwaren tegen het besluit over hun MIP. Een van de bezwaarschriften is afkomstig van Libanonveteraan Gerard van der Pol. Hij diende over de gang van zaken tijdens zijn keuring ook een klacht in bij de medische tuchtraad.

Het gaat goed met u, want ik zie dat u aan het werk bent.’ Libanonveteraan Gerard van der Pol (47) viel bijna van zijn stoel van verbazing toen hij deze woorden van de keuringsarts hoorde. “Ik was daar juist omdat ik ondanks de diagnose PTSS nog twee jaar heb geprobeerd om door te werken en ik nu met werken moest stoppen omdat het almaar slechter met me ging.” Alles stond helder beschreven in een medisch rapport, dat de keuringsarts volgens Gerard klaarblijkelijk niet gelezen had. “Je gaat al met stress in je lijf naar zo’n keuring en dan krijg je zo’n opmerking. Ik ben blij dat mijn echtgenote erbij was, anders zeggen ze dat ik het verzonnen heb.” Irma van der Pol (45): “Het ergste vind ik dat mijn man zijn baan kwijt is. Hij had 28 dienstjaren bij de PTT, nu dan TNT Post. Maar door zijn problemen met PTSS en zijn therapie en alles wat daarbij meespeelt, moest hij stoppen met werken. En dan kom je bij zo’n keuringsarts en die zegt zoiets. Waar zijn ze dan mee bezig?”

Libanon
Gerard was als dienstplichtige in 1984 geplaatst bij het bataljon Limburgse Jagers en zou naar het Duitse Seedorf gaan. Maar het werd Libanon, samen met een groep collega’s werd hij eruit geplukt om deel te gaan uitmaken van de laatste lichting van Dutchcoy, de tot een compagnie afgeslankte bijdrage van Nederland aan UNIFIL. “We kregen nog snel wat voorlichting. Er werd gezegd dat we een soort politietaak hadden.” Gerard werd ingedeeld op post 7-2 nabij het dorpje Sham’a. “Het oude Charlie-gebied dat buiten het door UNIFIL beheerste gebied lag.” Was het daarvoor relatief rustig geweest, medio 1985 laaiden de schermutselingen weer op. “Omdat Israël zich na de inval weer teruggetrokken had, keerden de milities terug. We lagen iedere dag onder vuur. We waren meer bezig met onszelf beschermen dan met de bevolking. Iedere nacht was er heisa.” Aan de politietaak om de bevolking zoveel mogelijk te beschermen, kwamen de Nederlandse Unifillers niet toe. “Je werd beschoten en bedreigd, maar je mocht eigenlijk niets doen. Ik heb situaties meegemaakt dat we met Ieren op pad waren en echt onder vuur werden genomen. De Ieren schoten terug, maar wij mochten dat niet van onze baas. Anders kozen we zogenaamd partij.”

Kalasjnikov
Uitgerekend de nacht voordat zij zouden vertrekken, werden de Nederlandse Unifillers overvallen door enkele militieleden. Gerard was net bezig met de post schoon te maken voor het vertrek. De korporaal die de wacht had moeten houden, werd door zijn eigen felle lamp zo gehinderd dat hij niks merkte van de overvallers. “Ik stond met een zwabber en een emmer in de hand. Ze wilden me dwingen om op mijn knieën te gaan, maar dat wilde ik niet. Toen heb ik een paar flinke klappen gehad. De loop van een kalasjnikov werd in mijn mond geduwd. Ik vond dat zo vernederend dat ik er nooit over gepraat heb.” Gerard maakte naar eigen zeggen nog meer van dergelijke heftige ervaringen mee, maar heeft moeite om erover te praten. Het gevolg was dat hij heel anders terugkwam dan dat hij was vertrokken. Irma: “Voorheen was hij heel sportief en ging vaak op familiebezoek. Dat ebde nadat hij was teruggekeerd steeds meer weg.” Gerard: “Ik begon veel te drinken, dat had ik ook nooit gedaan. Irma woonde toen nog in Eindhoven en ik ging door de week alleen op stap, gewoon voor de spanning. Mijn vader en moeder hebben het niet gemerkt, maar ’s nachts ging ik vaak uit bed om in de buurt rond te spoken.” Na hun huwelijk namen de problemen nog meer toe. Irma: “Het kwam ook voor dat hij ’s nachts zijn geweer ging lopen zoeken. Hij wilde er niet over praten. Maar aan de foto’s die hij daar gemaakt had, zag ik het al: dode mensen, ontploffingen en dan die overval die ook in de krant had gestaan. Dat zijn toch niet de normaalste dingen die je op je 20e meemaakt.”

PTSS
Achteraf gezien ziet Gerard de gebeurtenissen rond de geboorte van zijn zoon als een dieptepunt. “We hadden al een gezonde dochter, maar onze zoon kreeg drie dagen na geboorte een hersenvliesontsteking. Toen heb ik twee nachten in het ziekenhuis gewaakt. Het was heel kritiek, ze dachten dat hij het niet zou redden. Toen stond ik daar naast de couveuse in het ziekenhuis en voelde ik weer die onmacht die ik kende uit Libanon.” Met hun zoon kwam het goed, maar Gerard zakte dieper weg in de problemen en reageerde steeds agressiever op zijn omgeving. Totdat Irma hem ervan wist te overtuigen dat hij bij het Veteraneninstituut hulp moest zoeken. Daarop volgde in 2006 bij de afdeling psychiatrie van het Centraal Militair Hospitaal de diagnose PTSS en begon de Libanonveteraan ook aan groepstherapie. “Maar ik ben altijd doorgegaan met werken bij TNT Post. Als ik dan zei dat het vanwege een zware therapiesessie echt niet ging, moest ik verlof inleveren. Op een gegeven moment was er zoveel verlof afgeschreven dat ik niet meer op zomervakantie
kon. Op mijn werk werd ik voortdurend tegengewerkt, als ik vroeg of ze contact op wilden nemen met mijn behandelaars werd dat geweigerd.”

Bezwaarschrift
De keuring die plaatsvond omdat hij gedwongen werd om te stoppen met werken, leidde niet tot een verhoging van zijn invaliditeitspercentage. “Het werd nog erger, want de keuringsarts stuurde een brief naar de behandelaars met de vraag of het wel PTSS was. En of het eigenlijk niet meer een persoonlijkheidsstoornis was. In mijn medisch rapport staan klachten als slecht slapen, een kort lontje etc., maar hij schreef in die brief dat ik die helemaal niet had.” Met hulp van de BNMO diende hij daarop een bezwaarschrift in tegen de uitslag van de keuring. Hij ging nog een stap verder en diende ook een klacht in bij het medisch tuchtcollege over de manier waarop hij tijdens en na de keuring behandeld was. Gerard noemt het ‘frappant’ dat er vervolgens contact met de SMO in Utrecht volgde. Daaruit bleek nog eens dat de keuringsarts het feit dat hij moest stoppen met werken niet in het rapport had meegenomen. “Dat bevestigt dat er gewoon niet goed naar je wordt geluisterd. Mij is ook verteld dat ik nog blij mocht zijn dat ik niet volgens het nieuwe protocol was gekeurd, want dan zou mijn percentage verlaagd zijn. Ik ben een groot deel van mijn inkomen kwijt en 40 procent MIP is dan niet veel.” Irma: “Hij blijft maar hangen in die stress van de financiën. Dus ook de therapie, die hij nog steeds heeft, kan haar werk niet goed doen.” Met hun kinderen hebben ze wel veel baat gehad bij een pilot met gezinstherapie waar ze vorig jaar aan deelgenomen hebben bij het Psychotraumacentrum Zuid-Nederland. Samen met het vrijwilligerswerk dat hij voor het Eindhovense veteraneninloophuis de Treffer doet, is dat een van de lichtpuntjes in zijn huidige contacten. Gerard: “Je hebt al gauw weer die klik met andere veteranen die elkaar helpen. Het oude gevoel van kameraadschap komt weer terug.”